Deborah (15) woont op de Antwerpse Linkeroever, samen met haar broer Junior, haar moeder Chantal en haar grootvader. Ze moeten het bij Deborah thuis met zeer weinig stellen. En daar heeft ze het moeilijk mee: liefst van al zou ze gewoon net als haar vriendinnen genoeg geld hebben voor uitstapjes, nieuwe kleren, drankjes, traktaties… Deborah heeft een slechte relatie met haar moeder, vindt haar hysterisch en vindt ook dat het haar schuld is dat ze het niet zo breed hebben. Haar grootvader, die zijn dagen vult met televisie kijken en vanalles becommentariëren, negeert ze gewoon. Ze heeft geleerd haar plan te trekken. Deborah bezit een goed ontwikkelde emotionele intelligentie, toch kan ze soms heel naïef en beïnvloedbaar zijn. Van een opstandige tiener evolueert ze over een zoekende, grenzenoverschrijdende
Ella-June Henrard werd in Antwerpen geboren en is 16 jaar oud. Ze volgt momenteel Kunsthumaniora (richting Podiumkunsten / Drama) in Antwerpen. Ella-June werd door Hans Herbots ontdekt toen ze in februari 2009 meedeed aan een kortfilmpje van het RITS, ‘Bafia’, dat geregisseerd werd door Lauren Müller, een voormalig student van Hans Herbots. ‘Bo’ is de allereerste rol van Ella-June in een langspeelfilm, waarbij ze meteen ook de hoofdrol mag vertolken.
Dehorahs moeder Chantal (34) hield veel van mannen, té veel. Tot op de dag dat haar echtgenoot haar aan de deur zet en zij met haar twee kinderen op straat staat. Pépé, haar vader, neemt haar en haar kinderen ‘voorlopig’ op. Chantal is uitgeblust, haar kinderen vinden haar een zaag en haar vader doet niets anders dan haar commanderen en bekritiseren. Ze pakt de opvoeding van haar kinderen niet altijd even goed aan en kan soms heel kwetsend praten tegen hen, vooral tegen Deborah. Ze bedoelt dit niet slecht, maar ze kan het niet helpen. Ze reageert soms heel impulsief en heeft daar dan later spijt van. Zoals wanneer ze haar dochter aangeeft bij de politie...
Ina Geerts (1965) studeerde in 1988 af aan Studio Herman Teirlinck in Antwerpen. In 1993 werkte ze mee aan het project European Drive-Inn Theatre, naar een idee van Niek Kortekaas, waar ze in het zuidstation van Antwerpen twee voorstellingen maakten : “Stationendrama I” en “Stationenedrama II”. In 1993 vertrok ze naar Brussel, waar ze sindsdien woont en werkt, om er de Needcompany van Jan Lauwers te vervoegen. Later ging ze bij het dansgezelschap Ultima Vez van Wim Vandekeybus werken voor de voorstelling “Blush”, dat ze gedurende drie jaar wereldwijd speelden, en in “Sonic Boom” een coproductie met Toneelgroep Amsterdam. In 2005 speelde ze haar eerste film hoofdrol Christine in: “Een Ander Zijn Geluk” van Fien Troch, waarvoor ze op het 46ste Filmfestival van Thessaloniki 2005, de prijs voor beste actrice kreeg.
Momenteel is ze actief bij de Brusselse gezelschappen “Wooshing Machine” van Mauro Paccagnella en bij de “Parade“ van Rudi Meulemans.
Jennifer (18) groeit op in dezelfde buurt als Deborah. Haar ouders zijn weinig geïnteresseerd in haar doen en laten, hebben haar liever niet in de buurt. Jennifer is knap en heel innemend. Veel meisjes kijken naar haar op omdat ze sexy is, mooie kleren draagt en een grote mond heeft. Ze kan heel erg uit de hoogte doen, maar dat maakt haar net nog aantrekkelijker. Op haar zeventiende leert ze Vincent kennen. Die stelt haar voor om voor hem te werken in ruil voor goed betaalde escorteopdrachten en bescherming. Jennifer beseft al gauw dat ze op deze manier veel geld kan verdienen. Ze twijfelt geen seconde. Haar ouders weten niet wat ze doet, ze houdt het verborgen uit schrik dat ze haar geld zal moeten afgeven. Bij Deborah voelt ze zich goed, omdat ze bij haar kan zijn wie ze is: een meisje van 18, soms nog een kind. Maar zonder het zelf te beseffen, doet ze Deborah hetzelfde aan als ze zichzelf aandeed. Voor Jennifer zelf is er geen weg meer terug.
Kalina Malehounova (1985) studeerde af aan het Koninklijk Conservatorium in Gent en startte in september 2008 aan de opleiding Woordkunst aan het Herman Teirlinck Instituut te Antwerpen. Kalina was o.a. te zien in de populaire Ketnet-soap ‘W817’ en in de musical ‘West Side Story’ van Frank Van Laecke.
Vincent (27) is een gladde jongen. Hij is niet onknap, sexy en een echte charmeur. Daarenboven heeft hij geld, wat hem extra aantrekkelijk maakt. Samen met zijn collega Zahrin runt hij een escortebureau, dat vooral winst maakt dankzij de minderjarige meisjes die Vincent voor veel geld aan de klanten ‘verhuurt’. Met de meeste van zijn meisjes heeft hij een ‘relatie’ als lover boy: hij zorgt ervoor dat ze verliefd op hem worden, zodat hij ze onder de knoet kan houden. Zijn tactiek is de meisjes een schuldgevoel aanpraten, waardoor ze vanzelf beter, harder en meer gaan werken. De drijfveren in zijn leven zijn: trots, wraak en egocentrisme. Desalniettemin vinden mensen hem vlot en sympathiek. Hij is een goed acteur.
Thomas Ryckewaert volgde Toneelklas bij Dora van der Groen en studeerde er af in 2006. Sindsdien speelde hij bij verschillende gezelschappen waaronder De Roovers, De Koe, Toneelgroep Amsterdam, Toneelhuis en De Tijd. Thomas richtte zijn eigen gezelschap op – Wolff – waarbinnen eigen voorstellingen worden gemaakt (www.wolffvzw.be). Thomas debuteert met ‘Bo’ op het grote witte doek, na eerder in ‘De Kavijaks’ (Stijn Coninx) en ‘Inverse’ (Martijn Maria Smits) te hebben gespeeld.
Yasmien (17) heeft een verleden van open instellingen achter de rug. Ze is een harde tante, een leidersfiguur. In Beernem heeft ze de touwtjes in handen, alle meisjes in de leefgroep kijken naar haar op en gehoorzamen haar. Alleen de begeleiders spelen haar spelletje niet mee en zo komt het dat ze veel tijd in de isolatiecel doorbrengt. Ze is luid en extravert.
Anemone Valcke (1990) studeert in Gent aan de Hogeschool, conservatorium drama. Ze genoot van haar 8 tot 18 jaar van voordracht en toneelopleiding aan de Hobbyschool Emiel Hullebroeck. Naast verschillende gastrollen, maakte ze in 2008 haar grote debuut als Vera, de oudste dochter van Barbara Sarafian in ‘Aanrijding in Moscou’.